Wat is de rol van VMM ?


In het plan-milieueffectrapportageproces (plan-m.e.r.-proces) moeten ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) onderworpen worden aan milieueffectrapportage (m.e.r.). Niet voor elk RUP moet een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld. Vaak volstaat een zogenaamd ‘onderzoek tot m.e.r.’ (verzoek tot raadpleging ofwel screening).

In de adviesverlening binnen dit plan-m.e.r.-proces is een belangrijke rol weggelegd voor een aantal Vlaamse overheidsdiensten. Zo kan de Vlaamse Milieumaatschappij geraadpleegd worden indien er voor een bepaald plan of programma aanzienlijke effecten op de atmosfeer en de klimatologische factoren verwacht worden.

Concreet betekent dit dat de initiatiefnemer voor zijn plan of programma een ‘verzoek tot raadpleging’ opstelt. De VMM zal bij het opstellen van haar advies in de eerste plaats nagaan of de mogelijke gevolgen op de luchtkwaliteit correct zijn beschreven. De VMM gaat ook na of de effecten op de luchtkwaliteit aanzienlijk dan wel aanvaardbaar zijn. Indien er geen aanzienlijke schadelijke effecten worden aangetoond, zal een plan-MER (plan-milieueffectrapport) geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten bevatten.


Sjabloon helpt bij beoordeling


Om de initiatiefnemers te helpen bij het opmaken van een verzoek tot raadpleging ontwikkelde de MER-cel een sjabloon in de vorm van een vragenlijst. Op deze basis kunnen initiatiefnemers hun plan beoordelen op alle milieuaspecten.

Voor het aspect lucht staat in dat sjabloon een link naar het VMM-geoloket ‘Advisering RUP - Thema lucht’. De initiatiefnemer van een RUP vindt hier informatie over de meetresultaten van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10), en het al dan niet overschreden zijn van de Europese grenswaarden voor deze stoffen. Zo kan de initiatiefnemer eventuele milieueffecten van het RUP zelf afwegen tegenover de referentiesituatie. Dit laat de initiatiefnemer toe om de screening voor het thema lucht en mobiliteit beter te onderbouwen.

De bepalingen van dit plan-m.e.r.-proces werden opgenomen in het decreet van 27 april 2007, de regelgeving ging van kracht op 1 december 2007.
Meer informatie over de regelgeving en procedure vindt u op www.mervlaanderen.be.